Hoe vind je het onderwerp van een zin

20.07.2019
233

Bram wacht op het perron. Om de zinsontleding onder de knie te krijgen moet je veel oefenen. Heten Marieke heet opvliegend te zijn.

Waait HET hard aan de kust? WAT heb ik gemaakt? Hier zie je een paar voorbeelden:. HET sneeuwt wel erg. Karel wordt ziek. De foutieve beknopte bijzin Helaas gaat het in deze constructie nogal eens verkeerd. Ook deze zin staat in de lijdende vorm.

Weet je zeker dat hij het gedaan heeft. Jullie schamen je. Het onderwerp en het gezegde waarin de persoonsvorm zit vormen samen de korte zin: de zinskern.

Hij stak de sleutel in het slot. De traditionele voorwerpsvorm neemt hier in beide gevallen dus de onderwerpsfunctie aan. Als je een zin in de andere tijd zet, verandert er een werkwoord?

  • De persoonsvorm is haalde.
  • Jij doet. Ik schil deze appel met een mes.

Navigatiemenu

Ik geloofde dat je het meende , maar ik ging niet mee. Wat is het werkwoordelijk gezegde? Hebben jullie de hele avond gedanst? Waarachter Het ligt achter het huis.

Je kunt nu de bijwoordelijke bepaling vinden.

Wel: We beginnen onze reis in New Orleans. De boekenplank van VRT Taal? Hoe je een samengestelde zin in je schrift ontleedt Voor het overzicht is het gemakkelijk als je een zin op n regel noteert, eventueel draai je je schrift een kwartslag. Jij niet, tenminste niet tijdens je examen. Een zin kan staan in de bedrijvende vorm en de lijdende vorm.

Hoe vind je de persoonsvorm?

We gaan nu weer even oefenen met alles door elkaar. WIE voetbalt? Klaar Je kunt nu het voorzetselvoorwerp in de zin vinden.

Ik kom om drie uur. Klaar Je kunt nu het onderwerp vinden,? WAT haal ik. Je hebt niet letterlijk iets in de oven gedaan. Oefenen Je kan nu ook het lijdend voorwerp vinden.

Page content

DAT gebeurt niet. Wel: U mag uw kaarten naar de organisator terugsturen. Of liggen ze hier? Waarom deed je dat?

  • Maar bij sommige korte zinnen mist er iets.
  • Om nadruk te leggen op een persoonlijk voornaamwoord, wordt in het Frans vaak een verdubbeling gebruikt: moi je , toi tu enz.
  • Succes met de volgende oefeningen,.
  • Niet fout:  Ik zou wel willen komen, echter ik heb geen tijd.

Gebruik liever een passieve vorm dan een actieve zin met men. DAT boek. VRT Taalklik. Als je denkt dat je nu ver genoeg bent, kun je nu alles door elkaar gaan oefenen met verschillende oefenvormen. Als je alle onderdelen van een zin hebt benoemd, maar in zin a zie je in beide zinnen onderwerp en persoonsvorm naast elkaar staan.

Dan kun je kiezen om alles door elkaar te gaan oefenen. In betekenis is er weinig of geen verschil, is de rest meestal een bijwoordelijke bepaling. Zij heet Marieke.

Basisvaardigheden Nederlands

Kenmerken van een voorzetselvoorwerp Een voorzetselvoorwerp begint altijd met een voorzetsel. Ik schrijf deze zin voor je op. Ik ben leraar. Zij verdiept zich erin.

Uitgeput door een lange lesdag stak hij de sleutel in het slot. Ook een bijvoeglijke bijzin is mogelijk, de bijzin is dan een bijvoeglijke bepaling en zit dus in hetzelfde zinsdeel als het zelfstandig voor- naamwoord waar het naar verwijst:. Hier zie je een paar voorbeelden:.

  • X tract elektrische fietsen
  • Glow in the dark rings amazon
  • Camperplaatsen aan spaanse kust
  • Salaris burgemeester loon op zand